Ambassadeurs superblij met gouden vondst

Ambassadeur Dilyor Khakimov van Oezbekistan maakte vanmorgen (maandag) een vreugdedansje, toen hij hoorde dat er informatie is gevonden over zijn landgenoten die in 1941/1942 in Amersfoort zijn vermoord. ,,Dit is voor mijn land ongelooflijk belangrijk nieuws’’, zegt Khakimov. ,,Het zou fantastisch zijn, als eindelijk een aantal van onze Oezbeekse soldaten wordt geïdentificeerd.’’

Nooit eerder was onderzoeker Remco Reiding dichter bij identificatie van deze soldaten dan nu. Uit Moskou kwamen vrijdag lang verwachte fotootjes van papiertjes binnen met moeilijk leesbare, handgeschreven adressen in het Russisch. Maar een eerste analyse lijkt uit te wijzen dat er genoeg gegevens zijn om de identiteit van enkele soldaten vast te stellen en hun families te verwittigen. Zij verkeren al in onzekerheid sinds het begin van de oorlog, die na de Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 losbarstte.

,,Voor de Oezbeekse regering is het een erezaak om de helden die het opnamen tegen de bezetter te identificeren en hun nagedachtenis levend te houden’’, zegt Khakimov. ,,Voor hun families is dit nieuws nog belangrijker: zij krijgen hopelijk eindelijk te horen waar hun vader, grootvader of oom gestorven en begraven is.’’

Ook de Russische autoriteiten hebben met grote belangstelling kennisgenomen van de vondst. ,,Elke keer dat het lukt om de opschrift ‘Onbekende soldaat’ op een grafsteen te vervangen door een naam van een persoon, is bijzonder belangrijk en ontroerend voor ons allemaal’’, zei de Russische ambassadeur Aleksandr Sjoelgin.

,,Het is vreselijk als oorlogsslachtoffers naamloos in een graf liggen’’, zegt ook burgemeester Gerolf Bouwmeester van Leusden. ,,Elke stap die helpt deze mensen een gezicht te geven is bijzonder mooi. Ik kijk met grote belangstelling uit naar de volgende stappen.’’

De Sovjetsoldaten kwamen op 27 september 1941 op de veelosplaats bij station Amersfoort aan. De aanblik van deze in lompen gehulde, hongerige ‘Untermenschen’ moest het Nederlandse volk ervan overtuigen met de Duitsers mee te vechten tegen de Sovjet-Unie.

Tijdens hun verblijf in Kamp Amersfoort werden de soldaten beestachtig behandeld. Binnen een halfjaar overleed een groot deel van hen aan honger, ziekte en mishandeling. Op 9 april 1942 werden de overgebleven 77 gefusilleerd. Na de oorlog werden 101 stoffelijke overschotten herbegraven op het Sovjet Ereveld. Hun namen werden nooit bekend.

De nieuwe documenten bevatten adressen, waarmee hopelijk in Amersfoort gestorven soldaten zijn te koppelen aan soldaten die als vermist te boek staan in de Sovjet-Unie. Reiding werkt daartoe samen met experts in onder meer Rusland en Oezbekistan.

,,We zijn superblij met de gegevens die boven tafel zijn gekomen’’, zegt Khakimov. ,,En we zijn de Stichting Sovjet Ereveld zeer dankbaar voor de inspanningen die zij leveren om de soldaten te identificeren en hun nagedachtenis levend te houden.’’

Sjoelgin sluit zich daarbij aan. ,,Nieuwe gegevens die Remco Reiding heeft gevonden, zijn bijzonder belangrijk. Het zorgvuldige werk van de Stichting Sovjet Ereveld is een belangrijke bijdrage aan het levend houden van de nagedachtenis aan de onsterfelijke heldendaad van het Sovjetvolk in de strijd tegen het nazisme.’’

Reiding slaagde er de afgelopen twintig jaar al wel in de identiteit te achterhalen van 250 andere oorlogsslachtoffers die op het Sovjet Ereveld begraven liggen. Van 219 van deze soldaten traceerde en informeerde de Amersfoortse onderzoeker ook de nabestaanden.