Dagboek uit Georgië (2) – Trots op een krant uit Beverwijk

Door Alex Engbers
Zjinvali

Zjinvali is een dromerig Georgisch dorpje nabij de grens met Zuid-Ossetië. Op een paar zwerfhonden na zijn de straten leeg. Een flauw zonnetje probeert dapper de winter te verjagen, maar de kale boomtakken verraden dat de lente hier in de Kaukasus nog niet echt is aangebroken.

Remco Reiding is in Zjinvali met een delegatie van Stichting Sovjet Ereveld. Ze bezoeken het huis van de kleinkinderen van Pido Tsjoliasjvili, die op 20 april 1945 in Beverwijk door de Duitsers is gefusilleerd.

Drie jaar geleden heeft hij wangslijm afgenomen bij Goeram, de zoon van Pido. Reiding hoorde toen ook van de pech in zijn leven. Vader vermist aan het front, een moeder die kort na de oorlog overlijdt, een broertje dat van honger sterft.

Goeram wilde in 2016 graag meewerken om de definitieve rustplaats van zijn vader op het Sovjet Ereveld te kunnen vaststellen. De uitslag krijgt hij vandaag echter niet meer te horen: vorig jaar mei is Goeram op 81-jarige overleden. Het is daarom dat Reiding het goede nieuws van de DNA-match aan Goeram’s kinderen gaat vertellen.

De dochters Elza en Tamar en zoon Zoerab staan de delegatie op straat op te wachten. Ze worden allerhartelijkst uitgenodigd in hun sobere huis, waar een klein gaskacheltje probeert de voorjaarskou te verjagen. Hun inrichting verraadt dat elk dubbeltje hier moet worden omgedraaid.

In het Russisch praat de Amersfoortse onderzoeker even later de drie kleinkinderen van Pido Tsjoliasjvili bij. ,,Het heeft lang geduurd. Er zijn alweer drie jaar voorbij sinds ik bij jullie vader het DNA kon afnemen. Maar recent zijn de vijftien in Beverwijk vermoorde Georgiërs opgegraven en is hun DNA afgenomen. Dat DNA is vergeleken met het DNA van jullie vader en we hebben een honderd procent match. Jullie opa ligt op het Ereveld in Leusden.”

Met een verstilde blik luisteren ze naar Reidings verhaal. Tamar straalt, ze heeft altijd hoop gehouden dat er verlossend nieuws uit Nederland zou komen. Pas na enige minuten komt het verdriet over de dood van hun vader. ,,Jammer dat je dit niet meer aan onze vader hebt kunnen vertellen.”

Ze willen graag weten of de naam van opa nu op zijn grafsteen komt te staan. Reiding vertelt aan het drietal dat renovatie van het Sovjet Ereveld inderdaad de bedoeling is maar dat dit nog wel enkele jaren kan duren. ,,Dan komt zijn naam er zeker op.”

,,Kun je dan ook precies het graf van onze opa aanwijzen? En zou ik dat ook met mijn eigen ogen kunnen zien?”, vraagt Tamar voorzichtig.

Reiding is behoedzaam in zijn antwoord. ,,Ja, dat zou misschien kunnen. We willen als Stichting Sovjet Ereveld volgend jaar een aantal kinderen en kleinkinderen naar Nederland laten overkomen, omdat het 75 jaar na het einde van de oorlog is. Maar we moeten eerst nog de fondsen vinden om dat financieel mogelijk te maken.”

Het vooruitzicht wellicht het graf van opa te mogen bezoeken zorgt voor ontspanning. Ze beginnen te verhalen over hun vader die altijd weer over hun opa begon. En die zo apetrots was geweest dat het verhaal van zijn vader Pido in 2016 in een Nederlandse krant had gestaan. Alsof daardoor zijn al te vroege dood alsnog zin had gekregen. Nota bene in de krant van Beverwijk, waar opa is vermoord. Vader Goeram heeft het krantenknipsel aan half Zjinvali laten zien, zo vertelt Tamar glunderend.

Nadat er buiten wat foto’s zijn gemaakt, wordt er binnen met een steelpannetje zoete boeren-koffie gezet. De gasten krijgen er schaaltje kaklis moeraba bij, een gitzwarte Georgische delicatesse van gezoete walnoot.

Tamar vertelt dat ze in de afgelopen jaren steeds meer trots is gaan voelen voor opa. ,,Ik ben zo blij dat opa niet meer vermist is. Dank je wel Remco, dat je al die jaren nooit hebt opgegeven. Dat je voor ons hebt volgehouden.”

Reiding accepteert het welgemeende compliment met een kwinkslag. ,,Ach Tamar, opgeven is niet mijn sterkste eigenschap.”

Dit is het tweede verhaal in een serie uit Georgië.

Lees hier de reisverslagen uit Georgië: het nieuws vooraf, deel 1, deel 3, deel 4.