Dagboek uit Georgië (3) – Het nieuws dat toch nog kwam

Door Alex Engbers
Tbilisi

We hebben in hartje Tbilisi afgesproken, in een flat van een van de kleinkinderen van Anton Gviniasjvili, die in april 1945 in Beverwijk is vermoord. De neef woont op de tiende verdieping. De lift werkt alleen als je geld in de meter stopt. Gelukkig hebben we zo’n muntje en blijft ons een flinke klim bespaard.

In de luxe flat zit een fors comité van ontvangst. Waarbij ook voor Remco Reiding niet direct duidelijk is wie we allemaal de hand schudden. Uiteraard herkent hij dochter Anastasia. Bij haar heeft Reiding drie jaar geleden wangslijm afgenomen om na te gaan waar haar vader Anton op het Sovjet Ereveld in Leusden begraven ligt.

Kleindochter Lika heeft Reiding ook eerder ontmoet. Eenmaal aan tafel blijkt dat ook Anastasia’s schoonzoon Goeram en diens zonen zijn aangeschoven. En dan is er nog haar achterkleinkind Goeram jr., een lief stuiterballetje van vijf, dat graag bij Reiding op schoot kruipt.

De grote, dominante televisie wordt uitgezet. De voetbalwedstrijd Georgië – Zwitserland moet wijken als Reiding de reden van zijn bezoek uit de doeken doet. Een haast gewijde stilte daalt over de woonkamer neer. ,,Het DNA van Anastasia en Anton geeft een honderd procent match. We weten nu niet alleen dát uw vader in Leusden begraven ligt maar ook in welk graf”, zegt Reiding tegen Anastasia. ,,Jouw opa dus, Lika.’’

Lika’s ogen worden vochtig. De familieleden feliciteren elkaar. Na jaren van onzekerheid geeft Reiding hen eindelijk duidelijkheid. Ze wisten door een dorpsgenoot, die de opstand van Georgische soldaten op Texel had overleefd, dat Anton waarschijnlijk in Nederland is geweest. Meer ook niet. Totdat Reiding hen enkele jaren geleden wist te traceren en hen kon vertellen van de executie op 20 april 1945 bij het fort aan de Sint Aagtendijk.

,,Wat is het toch vreselijk jammer dat mijn vader dit niet meer heeft kunnen horen”, sipt Lika. Georgi is kort na Reidings bezoek in 2016 overleden.

Al die tijd heeft Anastasia Gviniasjvili haar mond gehouden. Terwijl Anton toch ook haar vader is. Pas als Reiding haar enkele vragen stelt begint ze te praten. Eerst nog in korte zinnetjes, maar allengs durft ze ook haar verhaal te vertellen.

Ze is in mei 1941 geboren en heeft dus geen enkele herinnering aan vader Anton die een maand later, na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, naar het front moest, zo vertelt ze Reiding. ,,Toen ik vijf was kwamen er mannen terug uit de oorlog. Maar niet mijn vader. Ik weet nog dat mijn moeder toen heel hard moest huilen.”

Ze heeft haar vader altijd erg gemist. Niet alleen in de schrale jaren vijftig en zestig, maar ook toen ze later in haar leven veel pech te verwerken kreeg. Zo graag zou ze op die momenten de armen van haar vader hebben gevoeld. ,,Mijn vader was een grote, knappe man. Dat zeiden de mensen tegen mij. Ze zeiden ook dat ik op hem leek. Dat maakte me altijd zo blij: de dochter te zijn van een knappe en dappere vader.“

Haar vader Anton was houtbewerker. Zijn gereedschap, en vooral de grote houtschaaf, heeft ze altijd gekoesterd, omdat zijn handen dat hadden vastgehouden.

De herinnering aan vader Anton heeft ze nooit laten verdoven. Eindeloos veel kaarsjes zijn er voor hem opgestoken, toosts op hem uitgebracht. Pratend met Reiding breekt het pantser van het geprangde kind als ze vertelt hoe Lika haar drie jaar geleden vertelde dat Anton in een anoniem graf in Leusden ligt.

Door de herinnering aan dat moment begint ze zachtjes te huilen. Met rood omrande ogen kijkt ze Reiding aan. ,,Ik heb altijd geweten: ooit komt er nog nieuws. En vandaag ben je gekomen.”

Dit is het derde verhaal in een serie vanuit Georgië.

Lees hier de reisverslagen uit Georgië: het nieuws vooraf, deel 1, deel 2, deel 4.