Dagboek uit Georgië (4) – Eerst de wijn, dan pas de DNA

Door Alex Engbers
Ateni

Zaoer Vanisjvili is een levensgenieter. Overal liggen filtersigaretten binnen handbereik. En zijn corpulente gestalte beweegt soepel door zijn marani, een fraai ingerichte wijnkelder, waar hij zijn gasten uit Nederland onthaalt op vers brood, licht gezouten kaas en heerlijk frisse witte wijn. Als kleine wijnboer verkoopt hij op zijn 72e nog altijd vele honderden flessen wit en rood per jaar.

We zijn naar Ateni gereden, een dorpje niet ver van Gori, in hartje Georgië. Hier woonde ooit Semjon Vanisjvili, een Georgiër die in april 1945 in Beverwijk werd gefusilleerd door de Duitsers.

Ateni is een vlekje in het landschap, dus het lijkt eenvoudig om nabestaanden van Semjon Vanisjvili op te sporen. Maar half Ateni blijkt Vanisjvili te heten, alsof je een Veerman in Volendam zoekt. Daarom heeft Remco Reiding het DNA van een directe verwant nodig om te achterhalen welke Semjon op het Sovjet Ereveld in Leusden begraven ligt.

Als we het erf van Zaoer oprijden, zien we hoe de bodem onder de wijnranken net rijkelijk wordt voorzien van koeienmest. Zaoer woont er als weduwnaar alleen, maar hij prijst zich gelukkig met zijn kinderen en kleinkinderen, die hem geregeld bezoeken.

Zaoer is in 1946 geboren en hij heeft oom Semjon nooit gekend. Toch werkt hij graag mee aan Reidings DNA-onderzoek, al was het maar omdat tante Elene, met wie oom Semjon getrouwd was, hem altijd heeft ontroerd.

Semjon en Elene zijn net voor de oorlog getrouwd, kinderen zijn hun niet vergund geweest. Na de oorlog weigert Elene te geloven dat haar Semjon is overleden. Tot aan haar overlijden in 2003 blijft ze op haar man wachten, zo vertelt Zaoer aan Reiding, die onderwijl met grote precisie wangslijm bij de nuchtere wijnboer afneemt.

Foto’s van Elene en oom Semjon heeft Zaoer niet. ,,Die zullen wel in haar oude huisje staan”.
Omdat nooit geschoten altijd mis is, besluit Reiding even bij het huisje van Elene te gaan kijken.

Als we na enig zoeken een zandweggetje opdraaien zien we het verlaten, schamele onderkomen van Elene. Een nichtje heeft het geërfd, maar ze woont in de hoofdstad Tbilisi. Ze is er vrijwel nooit.

Als Reiding wat foto’s schiet van het oude huisje, draait achter hem een ijzeren deur open. Het blijkt de 85-jarige Gogia Vanisjvili te zijn. Dezelfde naam maar geen familie. Wel heeft hij Semjon nog gekend. ,,In juni 1941, direct na de Duitse inval in de Sovjet-Unie, werden dertien jonge mannen uit ons dorp opgeroepen voor het leger. Ook Semjon zat daarbij. Hij was boekhouder. Ze hebben met zijn dertienen de avond voor vertrek nog een grote kruik wijn soldaat gemaakt. Geen van hen is ooit teruggekomen.”

De oude, kromgetrokken baas oogt broos, al hij is nog scherp van geest. Hij is razend nieuwsgierig naar het werk van Reiding. Hij kan haast niet geloven wat deze Nederlander voor de nabestaanden van de oorlogsslachtoffer doet. En hij weet waarover hij spreekt. ,,Mijn vader is ook niet teruggekeerd uit de oorlog. Mijn moeder is altijd blijven hopen op zijn terugkeer. Daarom mocht ik nooit zijn dood vieren met een kelechi, een wake, zoals dat bij ons in Georgië hoort. Toen ze overleed, heb ik een dubbele herdenking gevierd.”

Hij kijkt Reiding even onderzoekend aan en fluistert dan zijn diepste wens, terwijl ze samen op een muurtje zitten. ,,Als jij me kunt vertellen waar mijn vader begraven ligt, dan mag je alles van me hebben. Dan geef ik het grootste feest van de wereld.” Het zijn de ontroerende wenswoorden van een man die al 78 jaar geen vrede heeft kunnen vinden met de onzekerheid over het lot van zijn vader.

Reiding slaat een troostende arm om de oude Georgiër. Veel meer heeft hij niet te bieden. In Nederland ligt hij zeker niet begraven, zo vertelt de Amersfoortse onderzoeker hem, en daarbuiten zoeken is het een onmogelijke opgave. De oude Gogia hoort het gelaten aan en is toch dankbaar dat ten minste zijn oude buurjongen Semjon wellicht is getraceerd. Hij gebaart naar Reiding dat hij hem nog iets wil meegeven.

Moeizaam schuifelend over het zandpad en de oneffen drempels voor zijn huis haalt hij uit zijn boerderijtje een grote zak appels op. ,,Voor jou; voor al het goede werk dat je doet.”

Dit is deel 4 in een serie verhalen vanuit Georgië.

Lees hier de reisverslagen uit Georgië: het nieuws vooraf, deel 1, deel 2, deel 3.