Aangrijpend interview met dochter van soldaat

Voor het Nederlands Dagblad interviewden we de dochter van een soldaat. Hieronder haar uitgebreide verhaal.

Lidia Ivanovna Opaleva:


‘Ik heb mijn vader nooit gekend. Ik ben geboren in oktober 1941, een maand nadat hij op 29 september 1941 naar het front was vertrokken. Het is gebruikelijk dat op de avond voor vertrek een afscheidsfeest gegeven wordt. Maar van mijn moeder en veel andere mensen weet ik dat hij zijn laatste nacht doorbracht in de smederij. Hij wilde alle paarden nog voor zijn vertrek van nieuwe hoefijzers voorzien. Hij zei: ‘Als ik vertrek, zal er niemand zijn die de paarden kan beslaan. Maar nu is het voldoende om mijn afwezigheid te overbruggen.’ Hij heeft die nacht geen oog dicht gedaan. In de ochtend vertrok hij naar het front en kwam nooit meer terug. Mijn moeder vertelde vaak dat hij geweldig accordeon kon spelen. Zijn muziek was zeer geliefd op feesten. Toen hij niet meer terugkwam, lag zijn accordeon nog lang bij ons. Later gaf mijn moeder deze aan de neef van mijn vader.

We woonden in een klein dorpje in de regio Kirov, zo’n duizend kilometer ten oosten van Moskou. We waren niet rijk, maar we hadden ook niet veel nodig. Mijn ouders werkten hard in de kolchoz, zestien uur per dag. Thuis hadden we ook een eigen moestuin en we aten altijd verse groente. Mijn moeder vertelde graag dat mijn vader een liefhebbende echtgenoot was. Ze zei: ‘Lidia, zo’n man zoals je vader was, daar kun je alleen maar van dromen.’

Toen mijn vader naar het front vertrok, was ik nog niet geboren en was mijn zus drie jaar oud. De ouders van mijn moeder en de vader van mijn vader woonden bij ons. Zo woonden we met z’n zessen allemaal in één klein huisje zodat we één kachel hoefden te gebruiken om brandhout te besparen. Al snel stierven de ouders van mijn moeder. In het land heerste een hongersnood en een stuk echt brood was een luxe. Mijn moeder bakte zelf brood van geraspte aardappelen met een beetje bloem en gras. Ze werkte hard in de kolchoz en voor ons, de kinderen, was er geen oppas. Dus alle kinderen uit de buurt werden naar één huis gebracht waar we de hele dag speelden zonder toezicht. Ik denk dat het voor de jongeren van tegenwoordig moeilijk is voor te stellen hoe we in die tijd met alle middelen probeerden te overleven.

Ik weet niet of ik morgen nog leef

Het vertrek van mijn vader maakte ons leven nog moeilijker. Van het front schreef hij vaak brieven die mijn moeder zorgvuldig bewaarde. Na de oorlog nam de Sovjetregering alle brieven in beslag omdat mijn vader als vermist geregistreerd stond. Er is alleen maar één foto van hem bewaard gebleven in de familie. Van de brieven is bekend dat hij aan het begin van de oorlog aan het Oekraïense front meevocht en later aan de Slag om Koersk. Daarvandaan schreef hij op 20 augustus 1943 zijn laatste brief: ‘Er zijn hevige gevechten, een echt bloedbad. En morgen, ik weet niet of ik morgen nog leef.’ Sindsdien hebben we niets meer van hem gehoord. Ik weet dat hij in het begin van de oorlog een gewone soldaat was. Maar in 1943, op het moment dat hij vermist raakte, was hij al sergeant.

We gingen vaak naar het lokale Militaire Commissariaat in de hoop iets over mijn vader te horen. We zagen hoe anderen een kennisgeving van overlijden kregen en dus het graf van hun dierbare konden bezoeken, maar wij wisten niets. Mijn moeder zei dat als mijn vader nog in leven was, hij koste wat kost naar huis zou komen.
Toen mijn vader niet terugkeerde, vestigde het verdriet zich voorgoed in ons gezin. De oorlog ontnam mij de mogelijkheid om te leren hoe het is om een vader te hebben. Toen ik klein was, dacht ik altijd dat mijn vader nog onderweg naar huis was en dat hij later zou komen. Ik stelde me voor hoe ik hem zou noemen als ik hem zag. ’s Avonds liggend in bed fluisterde ik onder de deken: ‘Papa …, papa …’ Maar toch heb ik dit woord nooit tegen hem kunnen zeggen. Alleen veel later bij zijn graf…

Mijn hele leven werd ik achtervolgd door de gedachte dat ik zou sterven en nooit zou weten waar mijn vader was. Toen ik met pensioen ging, besloot ik er koste wat kost achter te komen wat er met hem was gebeurd. Mijn moeder zei altijd tegen mij dat ik net zo koppig was als mijn vader. In 2004 diende ik een aanvraag in bij het Staatsarchief in Vladimir. Pas een halfjaar later kreeg ik voor het eerst in mijn leven nieuws over mijn vader. Ik belde meteen mijn dochter en vol enthousiasme gingen we verder zoeken. We wendden ons tot de archieven van de voormalige Sovjetrepublieken en andere landen. Toen kwam er nieuws uit Nederland. Een Nederlandse journalist was al op zoek naar de familie van Ivan Merkoelovitsj Opalev, mijn vader. Zo ontmoetten we Remco Reiding. Hij vertelde ons dat mijn vader begraven lag op het Sovjet Ereveld in Leusden. Voor ons was dit het verlossende nieuws. Eindelijk konden we ons verdriet een plek geven. Vervolgens kwam Remco een paar keer bij ons in Rusland langs. Hij ging ook naar de plaats waar we vroeger woonden, in de tijd dat mijn vader opgeroepen werd. Maar dat dorp bestaat niet meer. Er zijn alleen maar verlaten velden. Later organiseerde Remco voor mij een reis naar Nederland, zodat ik het graf van mijn vader kon bezoeken. Ik kan me de vlucht niet meer herinneren, de hele tijd probeerde ik mijn tranen te bedwingen. Ik wilde dat we al geland waren, zodat ik kon rennen naar het graf van mijn vader.

Voor het eerst in mijn leven kon ik ‘Papa’ zeggen.

Ik kan me ook niet meer herinneren hoe we op de begraafplaats zijn gekomen. Van Remco wist ik het nummer van het graf van mijn vader, 671. Op weg naar het graf vertelde Remco wie er allemaal op het Sovjet Ereveld begraven lagen. Maar door de opwinding kon ik niets meer horen. Mijn hart klopte in mijn keel. Ik zocht met mijn blik vervaagd door de tranen naar nummer 671. Eindelijk zag ik zijn graf. Ik viel op mijn knieën en barstte in tranen uit. Voor het eerst in mijn leven kon ik ‘Papa’ zeggen.

Het is heel moeilijk om uit te drukken wat ik op dat moment voelde. Het leek alsof hij pas die dag echt begraven werd. We zijn twee keer naar het Ereveld geweest, op 4 en 9 mei. Er waren veel mensen met bloemen en kransen. Sommigen konden hun tranen niet bedwingen. Toen we de begraafplaats opkwamen, zwaaiden er velen naar ons. Het was voor mij heel ongewoon dat mensen uit een ander land ons zo belangrijk vonden en dat ze zich niet onverschillig opstelden ten opzichte van deze soldaten.

Toen ik naar huis ging, nam ik een beetje aarde van het graf van mijn vader mee. Ik legde dit bij het graf van mijn moeder. Alsof ze sindsdien herenigd zijn.

Elk jaar leg ik op 9 mei bloemen op het graf van mijn moeder en dus min of meer ook op het graf van mijn vader. Op deze dag, wanneer iedereen de doden herdenkt en de vrijheid viert, moet ik er ook aan denken wat deze vrijheid ons allemaal heeft gekost. Ik ben erg blij dat ik eindelijk weet wat het lot van mijn vader is geweest. Mijn dank aan Remco is eeuwig. Wat hij voor mij gedaan heeft, is het wonder der wonderen.’

Help  ons meer families op te sporen, voor meer nabestaanden grafbezoek te organiseren én verhalen als die van Lidia Ivanovna op te tekenen. Adopteer een soldaat! (www.sovjet-ereveld.nl/adoptie).