OVER STICHTING SOVJET EREVELD

Wat doet Stichting Sovjet Ereveld (SSE)?

SSE is een culturele ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling, die zich inzet voor het algemeen belang). De basis van ons werk betreft de identificatie van oorlogsslachtoffers, de opsporing van hun nabestaanden en de organisatie van hun grafbezoek. Daarnaast houden we met herdenkingen, lezingen, rondleidingen enz. de nagedachtenis aan deze oorlogsslachtoffers levend. We doen dat in de overtuiging dat meer kennis en meer begrip van het oorlogsleed van anderen leidt tot meer verbinding en een grotere kans op vrede.

Het Sovjet Ereveld was een vergeten plek, toen Remco Reiding (mede-oprichter van SSE) zich er in 1998 in opdracht van de lokale krant voor het eerst in ging verdiepen. Geen van de 865 oorlogsslachtoffers die er begraven liggen, was geïdentificeerd. Geen van hun nabestaanden was geïnformeerd.

Reiding ervoer het als een groot onrecht dat nabestaanden nooit te horen hadden gekregen waar hun familielid begraven ligt. Na jaren zoeken in de archieven slaagde hij er als eerste in om soldaten te identificeren en nabestaanden op te sporen. Zo kregen kinderen en kleinkinderen decennia na de oorlog eindelijk te horen wat er met hun vader of grootvader is gebeurd en konden ze eindelijk afscheid nemen.

Toen er steeds meer soldaten werden geïdentificeerd en nabestaanden werden opgespoord, is besloten een stichting op te richten. Vanuit de gedachte dat dit noodzakelijk humanitair werk is en een morele verantwoordelijkheid van ons allemaal.

 

SSE is een neutrale, onafhankelijke, apolitieke humanitaire organisatie die zich bezighoudt met het levend houden van de nagedachtenis aan slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

We stellen bij ons werk de individuele mens centraal: de vaak jonge mannen die hier begraven liggen, jongemannen uit zowel Rusland als Oekraïne, uit zowel Armenië als Azerbeidzjan enz. En hun familieleden die decennialang in onzekerheid hebben verkeerd. Hiermee leggen we ook de langdurige impact van oorlog op ‘gewone mensen’ bloot.

We koesteren onze apolitieke positie, omdat die het mogelijk maakt op individueel niveau te blijven verbinden in plaats van nog meer te polariseren. We hopen dat intermenselijke contacten leiden tot meer wederzijds begrip en zo een positieve invloed hebben, hoe klein dan ook, op een vreedzame wereld.

Dat we geen mening geven, wil niet zeggen dat we geen meningen tolereren of dat we geen discussie willen aanzwengelen. We faciliteren die graag, omdat we denken dat het belangrijk is om te reflecteren op de impact van oorlog, de keuzes die leiden tot een oorlog of gemaakt moeten worden in een oorlog. Maar zelf zijn we daarin geen partij. Wij beperken ons tot de feiten, tot de individuele lotgevallen van de op het Ereveld begraven oorlogsslachtoffers en hun familieleden.

Zie de vorige vraag. Als apolitieke humanitaire organisatie die individuele oorlogsslachtoffers centraal stelt, hebben we geen bepaalde kijk op de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog of conflicten nadien. Wel proberen we meer aandacht te genereren voor de vele oorlogsslachtoffers in de voormalige Sovjet-Unie en de strijd aan het Oostfront, omdat hiervoor in Nederland relatief weinig aandacht is.

Stichting Sovjet Ereveld is niet de eigenaar noch de beheerder van het Sovjet Ereveld. We zijn wel belangenbehartiger en we zetten ons in voor behoud van het Sovjet Ereveld en brengen het zo veel mogelijk onder de aandacht.

De hamer en sikkel op de obelisk op het Sovjet Ereveld zijn aangebracht in de Sovjettijd. Op het Ereveld liggen oorlogsslachtoffers uit de Sovjet-Unie en de hamer en sikkel waren het symbool van de Sovjet-Unie. Historisch is deze aanduiding dus correct. Het is ook niet bedoeld als statement of als verheerlijking van een regime, want anders hadden de Nederlandse autoriteiten, die eigenaar zijn van het Ereveld, er wel een stokje voor gestoken.

Toen Stichting Sovjet Ereveld in 2010 werd opgericht, waren er twee uitdagingen:

  1. hoe zorgen we ervoor dat geen van de 865 oorlogsslachtoffers op het Sovjet Ereveld nog langer vergeten is;
  2. hoe financieren we onderzoek, opsporing en grafbezoek, nu er steeds meer families worden gevonden en naar Nederland willen komen

We hebben daarom een adoptieprogramma gelanceerd, waarbij iedereen een soldaat kon adopteren (voor een jaarlijkse donatie 60 euro). Als we 865 mensen vinden die een oorlogsslachtoffer willen adopteren, dan zijn ze alle 865 niet langer vergeten.

Intussen heeft Stichting Sovjet Ereveld zijn doelstellingen aangevuld met het levend houden van de nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers en het betrekken van jongeren. Adoptie is nog steeds het fundament van onze Stichting; de meeste reguliere activiteiten van Stichting Sovjet Ereveld worden met deze donaties gefinancierd. Voor projecten vraagt de Stichting subsidie aan bij fondsen en overheden

Integendeel tot de meeste andere oorlogsbegraafplaatsen is het Sovjet Ereveld na de oorlog in de vergetelheid geraakt. Er waren geen soldaten geïdentificeerd en geen nabestaanden opgespoord. Er werden amper herdenkingen gehouden en verhalen vielen er niet te vertellen, omdat niemand wist wie de soldaten waren en vrijwel niemand zich om hen bekommerde. Er viel ten opzichte van andere oorlogsbegraafplaatsen dus een flinke inhaalslag te maken.

Waar elders autoriteiten zich actief inzetten voor oorlogsbegraafplaatsen, was en is dit bij het Sovjet Ereveld niet het geval. Wij hebben als particuliere organisatie de verantwoordelijkheid op ons genomen om ons in te zetten voor de identificatie van oorlogsslachtoffers, de opsporing en het grafbezoek van hun nabestaanden, het levend houden van de nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers en het vertellen van de verhalen die schuilgaan achter de grafstenen. De meeste andere organisaties die zich bezighouden met dergelijke taken op andere oorlogsbegraafplaatsen zijn overheid of worden structureel gefinancierd door de overheid.
Wij krijgen geen structurele overheidssteun, met uitzondering van een kleine bijdrage van de gemeente Amersfoort voor externe kosten bij de organisatie van herdenkingen. Hoewel we zo veel mogelijk vrijwilligers inzetten, kunnen we ons werk niet zonder steun uitvoeren. Daarom vragen we 60 euro per geadopteerd graf, die we inzetten voor de realisatie van alle genoemde activiteiten.

Stichting Sovjet Ereveld ontvangt geen structurele steun van de overheid. Stichting Sovjet Ereveld krijgt dus ook geen structurele steun uit overheden uit andere landen. We krijgen wel eenmalige steun van overheden voor projecten.

In 2019 lanceerden we de plannen voor ons grootste project: een museum. Wij hebben daarbij altijd beoogd dat dit een gezamenlijk project zou worden van zowel Nederlandse overheden en fondsen als overheden en fondsen uit voormalige Sovjetrepublieken. Het Sovjet Ereveld bestaat immers uit militaire rijksgraven van het Koninkrijk der Nederlanden, de oorlogsslachtoffers liggen op Nederlands grondgebied en een belangrijk deel is op Nederlandse bodem gestorven. Op het Sovjet Ereveld liggen oorlogsslachtoffers uit verschillende voormalige Sovjetrepublieken.

In nauw overleg met het ministerie van buitenlandse zaken hebben we in 2020 en 2021 steun gevraagd aan ambassades van voormalige Sovjetrepublieken, waaronder Rusland. Uiteindelijk hebben de regeringen van Armenië, Azerbeidzjan, Oezbekistan en Rusland een eenmalige financiële bijdrage geleverd aan de realisatie van ons museum. Evenals de Nederlandse Rijksoverheid en vele fondsen. Zie hier.

Toen er nadien oorlog uitbrak in Oekraïne, zijn wij opnieuw in overleg getreden met de Nederlandse autoriteiten. Daarbij is bevestigd dat ons museum van grote waarde is voor de bilaterale betrekkingen met verschillende landen en dat de financiële middelen vanuit Rusland niet geretourneerd hoefden worden, maar volgens afspraak gebruikt konden worden voor de realisatie van een bezoekerscentrum.

Alle partijen kennen de humanitaire, apolitieke positie van onze Stichting. En geen enkele partij heeft invloed uitgeoefend op de inhoud van ons museum (en als dat wel zo was, dan hadden we ons daar niets van aan getrokken). Wij functioneren dus volledig autonoom.

Het plaatsen van bloemen (op 3 mei) en kaarsjes (op 24 december) op de oorlogsgraven is een initiatief van SSE. We doen dat onder meer, omdat de familie doorgaans te ver weg woont om zelf een boeket of een kaarsje te plaatsen of omdat de familie nog altijd niet weet dat hun dierbare hier begraven ligt. De kaarsjes plaatsen we ook op de Nederlandse en andere geallieerde oorlogsgraven op Rusthof. De bloemen op 3 mei plaatsen we alleen op het Sovjet Ereveld; een andere partij plaatst bloemen op Rusthof.

We plaatsen de bloemen voorafgaand aan Dodenherdenking, bevrijdingsdag en de dagen waarop de landen van de voormalige Sovjet-Unie de Tweede Wereldoorlog herdenken (doorgaans 9 mei). Zo staan alle graven op het Ereveld in deze week van herdenkingen vol bloemen.

Op Kerstavond – de donkerste tijd van het jaar – plaatsen we kaarsjes op alle graven van het Sovjet Ereveld en de naastgelegen Nederlandse en andere geallieerde oorlogsslachtoffers. Zo brengen we licht naar de oorlogsslachtoffers.

Als bezoeker mag je zeker een bloemetje of kaarsje plaatsen. We juichen dit van harte toe. Vazen en een wateraansluiting vind je voorbij de zij-ingang van het Ereveld. We blijven ons inzetten voor een plek met vazen en een wateraansluiting op het Sovjet Ereveld zelf. We zijn daarbij afhankelijk van de beheerder. Plaats alleen losse bloemen en boeketten, geen planten die in de grond moeten worden aangebracht.

Onderhoud plegen mag niet. Het onderhoud wordt uitgevoerd door de Nederlandse Oorlogsgravenstichting.

Wellicht constateer je dat het onderhoud niet is zoals gewenst. Wij kunnen daar helaas niets aan doen, behalve hier melding van maken bij de Oorlogsgravenstichting en blijven aandringen op vaker en beter onderhoud.

Doorgaans ziet het Ereveld er voorafgaand aan en tijdens de drukke herdenkingsperiode in mei prima verzorgd uit. In andere periodes van het jaar is er sprake van incidenteel onderhoud.

Mocht u het Ereveld onvoldoende netjes aantreffen, meld het ons via info@sovjet-ereveld.nl.

Deze daden zijn ons uiteraard bekend. Wij focussen ons in het museum echter op kleine, persoonlijke verhalen van oorlogsslachtoffers uit de Sovjet-Unie. We beperken ons tot de individuele lotgevallen van de soldaten die hier begraven liggen en geven daarbij relevante context: bijvoorbeeld hoe ze als krijgsgevangenen zijn behandeld, onder welke omstandigheden zij zijn gestorven en welke impact de oorlog heeft gehad op hun families.

We gaan dus niet in op het ontstaan van de oorlog, de politieke besluitvorming, de beoordeling van regimes, militaire operaties of optreden van legers.

We focussen ons op de oorlogsslachtoffers die op het Sovjet Ereveld begraven liggen. Van hen kunnen we overigens niet vaststellen wie individueel wat wel en niet heeft gedaan. We spreken dan ook niet over helden (al staat op de obelisk op het Ereveld wel het woord helden), maar over slachtoffers.

Ons werk richt zich bovendien op de nabestaanden. We vinden dat je een kind niet kunt straffen voor wat een ouder mogelijkerwijs heeft gedaan en we vinden dat elk kind recht heeft te weten waar vader is gebleven. Daarom zetten we ons in voor de identificatie van deze oorlogsslachtoffers, de opsporing van hun familieleden en de organisatie van hun grafbezoek.

De identificatie van de soldaten, de opsporing van nabestaanden en de organisatie van grafbezoek worden als daden van medemenselijkheid beschouwd. Het verbindende karakter van onze activiteiten wordt gezien als succesvolle publieksdiplomatie Ons werk wordt daarom doorgaans erg gewaardeerd door verschillende overheden. Dat blijkt ook wel uit de vele onderscheidingen die onze directeur Remco Reiding en onze Stichting hebben gekregen. Lees hier.

Wij onderhouden contact met alle relevante overheden, dus ook met de ambassades van de verschillende Sovjetrepublieken.

Ook de Nederlandse overheid waardeert ons werk. Dat blijkt onder meer uit de financiële steun die we verkregen voor de realisatie van ons museum, waaraan de ministeries van VWS en buitenlandse zaken, de provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort bijdroegen.

Buitenlandse zaken beschouwt ons werk als een geslaagde vorm van ‘publieksdiplomatie’. Door ons in te zetten voor mensen uit andere landen plaatsen we Nederland in die landen in een beter daglicht. En dat draagt weer bij aan wederzijds begrip.