Ontluizingsgebouw achter slot en grendel

We parkeren onze Nederlandse auto bij een dichte slagboom en een gesloten toegangspoort en drukken op de intercom. Want de karige restanten van wat één van de grootste krijgsgevangenenkampen tijdens de oorlog was, liggen op het terrein van een politieschool.

Ongebruikelijk is dat allerminst. Veel kampen tijdens de oorlog maakten gebruik van bestaande barakken van het leger. Vaak kregen die na de oorlog weer een bestemming voor leger of politie. Het is nog niet zo heel lang geleden dat oud-gevangenen op de plek van Kamp Amersfoort gewapende mensen in uniform en blaffende honden troffen. Met een beetje pech vloog er net een straaljager uit Soesterberg over. Want ook in Leusden/Amersfoort werd een politieschool op het voormalige kampterrein gebouwd en er kwam een hondenasiel bij.

Eenmaal voorbij slot en grendel heten de twee medewerkers van de Gedenkstätte ons warm welkom. Ze houden met weinig mensen en middelen de nagedachtenis levend aan de vele honderdduizenden gevangenen, vooral uit de Sovjet-Unie, die in het Stalag VI K (326) in Schloss Holte-Stukenbrock werden ondergebracht. Ook vele honderden Sovjetsoldaten die na de oorlog in Leusden werden begraven, kwamen eerst in Stalag VI K terecht.

Een tikkeltje beschaamd erkent historicus Oliver Nickel, de directeur van de Gedenkstätte, dat er weinig meer te zien valt. In het hoofdgebouwtje bevindt zich de voormalige strafcel. Het gebouw waar aangekomen gevangenen werden ontkleed en ontluisd is er ook nog.

Hoewel een grote luis het gebouw markeert, valt aan de binnenruimte niet te zien welk leed zich hier heeft afgespeeld. Vervaagde Russische letters op de muur herinneren aan de aanwezigheid van krijgsgevangenen tachtig jaar geleden. Er staat ‘Ten strengste verboden te roken’. Meer is er niet te zien. Toch vormen de donkere grijze muren een naargeestig decor, waar ieders voorstellingsvermogen voldoende aan heeft.

We zijn hier om te filmen. Dat mag eerst niet en dan toch weer wel buiten, als blijkt dat de politieschool er wel degelijk toestemming voor heeft gegeven. Nagefilmd wordt hoe de jonge onderzoeker Remco Reiding begin jaren 2000 hier op zoek ging naar meer gegevens over de in Leusden begraven Sovjetsoldaten. En misschien ook wel op zoek ging naar een beter beeld van en een gevoel bij deze plaats delict.

We leggen Nickel en zijn collega uit dat de film deel gaat uitmaken van ons museum, dat in maart de deuren opent. ,,In maart al?’’, vraagt Nickel verbaasd. En hij zucht diep.

In 2015 lanceerde bondspresident Joachim Gauck na een bezoek aan het voormalige kamp tamelijk onverwacht een groots plan. Op de plek van Nickels Gedenkstätte wilde hij een groot en peperduur museum realiseren over krijgsgevangenen (voornamelijk uit de Sovjet-Unie). Op een gegeven moment ging het om een project van 60 miljoen euro. Maar de weg naar realisatie bleek minder makkelijk dan gedacht en de politieke weerstand groter. De oorlog in Oekraïne maakt het niet makkelijker om draagvlak te genereren voor een museum over grotendeels (hoewel zeker niet alleen) Russische soldaten. Inmiddels is het project uitgesteld tot 2031/2032.

Uit een recente enquête van de Gedenkstätte, waarin werd gevraagd de voornaamste groepen vervolgden door de nazi’s te noemen, bleek dat slechts 0,2 procent van de ondervraagden krijgsgevangenen noemde. Terwijl er meer dan 3 miljoen Sovjetsoldaten in krijgsgevangenschap stierven. Ze moesten zich als Untermenschen zum Tod arbeiten. Zie hier de noodzaak om een museum te creëren over deze enorme vergeten groep, een noodzaak die in Nederland door Stichting Sovjet Ereveld evenzeer wordt ervaren.

Terwijl de acteur die de jonge Remco speelt nauwkeurig door de camera wordt gevolgd, praten we met Nickel verder over samenwerking, over het vertellen van elkaars verhalen. Want ook de soldaten die in Leusden begraven liggen en in Stalag VI K (326) waren, mogen hier niet vergeten worden, vindt hij.

Wil je op de hoogte blijven?  Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief.

Recent nieuws