Tien mensen staan ongeduldig voor de poort van het Sovjet Ereveld in Leusden. De voorjaarszon schijnt hen in het gezicht. Van heinde en ver zijn ze op deze koude ochtend in maart naar hier gekomen om voor het eerst het graf van hun opa te zien.
Het zijn de nazaten van Dmitri Chmel en Ilsja Machametov uit Kazachstan, Rajim Salomov en Saidkoel Kachorov uit Oezbekistan en Severjan Kankia uit Georgië.
De tien zijn op uitnodiging van Stichting Sovjet Ereveld naar Leusden gekomen. Vrijwilligers van de Stichting begeleiden de nabestaanden op deze emotionele meters naar het graf van hun opa. Een handvol fotografen en enkele camerateams begeleiden de stoet.
De tien hebben geen oog voor de ontluikende lente in de nabijheid van het ereveld. Evenmin horen ze de monotone brom van de A28 op de achtergrond. Ze zijn helemaal gefocust op dit moment. Te mogen zien waar opa ligt, te kunnen voelen wat het betekent om na al die jaren hier te staan, om te kunnen huilen.
De mannen die vandaag bezocht worden, verloren allemaal in de eerste helft van de jaren veertig hun leven. Twee zijn in 1942 in Amersfoort gefusilleerd, de Georgiër werd op 20 april 1945 in Beverwijk doodgeschoten, en twee bezweken kort na de bevrijding in een Duits ziekenhuisbed. Uiteindelijk zijn ze allemaal hier beland, op de grens van Amersfoort en Leusden.
Jarenlang was dit Ereveld een vergeten plek, niet in het laatst door de Koude Oorlog, waardoor de medestander van weleer een tegenstander werd. De graven werden weliswaar onderhouden maar de mannen voor wie het ereveld werd ingericht, werden vergeten.
Niemand die zich bekreunde om het verdriet dat duizenden kilometers naar het oosten werd gevoeld. In al die families waar vader als vermist te boek stond en zo node werd gemist. De pijn van zijn ouders, de pijn van een partner, de pijn van een kind.
Pijn die met de jaren wel enigszins slijt, maar die nooit helemaal verdwijnt. Het is niet geheeld verdriet dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. In al die families leek decennialang geen remedie mogelijk: opa was immers vermist.
Dat grote vergeten heeft uiteindelijk meer dan een halve eeuw geduurd. Totdat Remco Reiding, directeur van de Stichting, eind vorige eeuw besluit zijn tanden erin te zetten.
Reiding weet met de jaren steeds meer identiteiten van soldaten vast te stellen. En daardoor weet hij steeds weer families in Oezbekistan, Oekraïne, Rusland, Georgië, Armenië en Kazachstan op te sporen.
Tien van hen zijn vandaag te gast. Hun rijkelijk stromende tranen onderstrepen het belang van hun bezoek, hoe verschillend ze ook zijn. Want ze komen niet alleen uit verschillende landen, ze spreken ook verschillende talen en hebben niet dezelfde godsdienst. De één slaat een kruis en brandt een kaars, de ander opent zijn handpalmen om Allah aan te roepen. Toch begrijpen ze elkaar in hun verdriet.

Davit Kankia wil wel vertellen wat dit bezoek voor hem en zijn familie in Georgië betekent. ,,Mijn hele leven hoor ik al verhalen over mijn overgrootvader, vooral van mijn opa. Foto’s zijn er niet maar opa heeft me o zo vaak verteld dat hij heeft leren schaken van zijn vader. En hij heeft het weer aan mijn vader geleerd en ik heb het van hem geleerd.’’
Zijn brede lach spreekt boekdelen. Zijn overgrootvader is al bijna tachtig jaar dood, maar Davit draagt hem in zijn hart. ,,Ik heb vandaag een kaars aangestoken, ook in naam van mijn vader en mijn opa. Het is zo belangrijk voor ons te weten dat mijn overgrootvader hier zo goed verzorgd ligt.”
Bijna had de geschiedenis deze vijf mannen opgeslokt. Bijna waren hun namen in vergetelheid geraakt. Maar dankzij het werk van Remco Reiding en de Stichting is de vergetelheid tot staan gebracht. Een oud gezegde luidt: zolang je naam wordt genoemd, leef je voort.
Vanochtend klonken hun namen in Leusden: Dmitri Chmel, Ilsja Machametov, Rajim Salomov, Saidkoel Kachorov, Severjan Kankia. En zo verbindt Stichting Sovjet Ereveld mensen uit Nederland en landen duizenden kilometers naar het oosten. Over de grenzen van afstand, geloof, taal en zelfs, zoals vandaag, over de grenzen van de tijd.
Foto’s Klaas van Huizen en Suzanne Flipse / Stichting Sovjet Ereveld.

